Tips die mij hebben geholpen mijn wildlifefotografie te verbeteren
Hi allemaal! Vandaag is het tijd om jullie wat meer te vertellen over mijn favoriete bezigheid ter wereld: wildlife fotografie! Ik word altijd enorm enthousiast in de bush en kan prima uren op dezelfde plek liggen wachtend op het perfecte plaatje. Het afgelopen jaar heb ik veel geleerd en ik wil een paar tips met jullie delen die mij geholpen hebben om betere foto’s te maken.
1. Oefen met je camera-instellingen
Je camera door en door kennen is heel belangrijk. In de bush weet je nooit wat je tegenkomt en je moet snel van instellingen kunnen wisselen. Ik kocht mijn camera een maand voor mijn reis naar Kenia en Tanzania. Het was mijn eerste DSLR, dus ik dook in YouTube-tutorials en begon te oefenen. Achteraf zou ik sommige foto’s misschien anders nemen, maar het kennen van mijn camera heeft me zeker geholpen!
2. Focus op de ogen
Als er iets scherp moet zijn, dan zijn het de ogen! In het begin probeerde ik snel te focussen, maar thuis zag ik dat vaak het lichaam scherp was en de ogen wazig. Dat is zonde, want dan is de foto eigenlijk onbruikbaar. De foto hieronder vind ik geslaagd, omdat de ogen/het gezicht van de vos scherp zijn, terwijl de rest wazig is.
3. Regel van derden
Ik hou van symmetrie, maar je onderwerp in het midden plaatsen is meestal niet de beste keuze. De regel van derden houdt in dat je de foto in 9 vakken verdeelt en je onderwerp op een kruispunt plaatst. Toch moet je je gevoel volgen. De foto hieronder van dit hert is bijna volledig symmetrisch en dat werkt ook heel goed.
4. Zorg voor genoeg zoom
Op mijn eerste reis naar Zuid-Afrika had ik een Nikon 1 met een 30-110mm lens. Ik raad je aan een lens te nemen met meer zoom. Je kunt nog steeds mooie foto’s maken met minder, maar niet in elke situatie. Ik heb veel geslaagde foto’s, maar ook veel momenten gemist. Nu gebruik ik een 70-300mm lens en ik ben er erg blij mee. Voor vogels zou je minimaal 600mm moeten hebben, maar voor grotere dieren zoals gieren is soms 300mm ook genoeg.
5. Vergeet de achtergrond niet
Veel mensen op safari zoomen zo ver mogelijk in op hun onderwerp. Dat levert best mooie foto’s op, maar ze lijken vaak op alle andere foto’s. Je zou zelfs een vergelijkbare foto in een dierentuin kunnen maken. Door de omgeving mee te nemen kan jouw foto echt opvallen!
6. Golden hour
Soms moet je er wat moeite voor doen. Ik ben geen ochtendmens, maar voor de perfecte foto zet ik mijn wekker vroeg. De golden hour is het eerste en laatste uur van licht op een dag. Het licht is dan zachter en warmer. Midden op de dag is het licht vaak te hard. Als je de zonsopgang wilt vastleggen, neem de tijd om op de locatie te komen, je onderwerp te vinden en alles klaar te zetten.
7. Wees voorbereid op het onverwachte
Als ik mijn camera niet gebruikte op safari, zette ik hem vaak in sportmodus. Waarom? Omdat er in een oogwenk een cheeta langs kan sprinten (dit gebeurde echt). Ze zijn razendsnel en als je dan nog met instellingen bezig bent, mis je de foto. Zorg dus dat je camera klaar is voor zulke verrassingen!
8. Ga terug naar dezelfde plek
Soms heb je geluk en lukt het in één keer. Vaker zijn de omstandigheden niet ideaal en ga je met ‘redelijke’ foto’s naar huis. Volhouden is hier de sleutel. Helaas kun je op reis vaak niet terug. In Amboseli wilde ik heel graag olifanten met de Kilimanjaro op de achtergrond. Maar telkens als we bij de olifanten kwamen, zat de berg in de wolken. Ik heb nog steeds een mooie foto van een kudde olifanten, maar zonder de Kilimanjaro. Reden genoeg om ooit terug te gaan. 😉
9. Verlies jezelf niet te veel in het moment
Dit is misschien wel mijn grootste fout. Ik word zo enthousiast dat ik vergeet mijn instellingen te checken of foto’s tussendoor te bekijken. Ik blijf maar klikken. Soms had ik geluk, maar vaak ook veel wazige foto’s en gemiste kansen. Neem dus even de tijd om instellingen aan te passen!
Ik hoop dat je iets aan deze tips hebt! Laatste tip: ga er gewoon op uit en heb plezier 🙂







